Pesten en de institutionele context

Een half miljoen Nederlanders wordt gepest op de werkvloer. Een vervelende zaak, maar waar gaat dit eigenlijk over? Valt een lullige opmerking of een slecht geplaatste grap onder de noemer pesten? Drie lullige opmerkingen? Of vijf? Om iets zinnigs te zeggen over pesten op de werkvloer, is het van belang eerst af te bakenen waar het precies om gaat. Ik bied u een handvat aan. Onder pesten kan worden verstaan: het opzettelijk intimideren, beledigen, buitensluiten of het negatief beïnvloeden van de werkzaamheden van een individu (door een of meerdere collega’s), herhaaldelijk en structureel en gedurende een langere periode. Behalve dat iemand negatief wordt bejegend, gaat het er bij pesten dus om dat dit opzettelijk gebeurt. Pesten gebeurt bewust. Iemand kan een ongenuanceerde hork zijn waar een meer sensitieve collega zich voortdurend door beledigd voelt, maar als deze hork er geen idee van heeft hoe hij op anderen overkomt, is hier geen sprake van pesten – uiteraard wel van een vervelende situatie. Daarbij betreft het ook geen eenmalige handeling of opmerking – het betreft gedragingen die herhaaldelijk en structureel én gedurende een langere periode plaatsvinden. Een eenmalige opzettelijk beledigende opmerking kan uiteraard wel zeer vervelend zijn, maar hiermee is nog niet direct sprake van pesten.

Door iemand te pesten, verzaak je deze persoon te respecteren of, in andere woorden: je verzaakt, in zowel houding als gedrag, de waardigheid van deze persoon te erkennen. Volgens filosoof Immanuel Kant is het onze fundamentele morele plicht om personen te respecteren. Kant stelt dat je personen nooit alleen als middel, maar altijd ook als doel in zichzelf moet behandelen: met respect. Moreel goede handelingen zijn handelingen die respect voor personen als doel in zichzelf uiten, terwijl moreel slechte handelingen die handelingen zijn, die zijn gebaseerd op disrespect of zelfs minachting voor de persoon. Het is duidelijk dat pesten in de laatste categorie thuishoort. Behalve dat pesten een moreel problematisch fenomeen is, levert het daadwerkelijk schade op – op diverse gebieden. Pesten is schadelijk voor het individu: zowel de mentale als de fysieke gezondheid van het gepeste individu holt achteruit, er kan sprake zijn van bijvoorbeeld angst, slapeloosheid of depressieve gevoelens. Ook de organisatie ondervindt schade door pesten: denk bijvoorbeeld aan ziekteverzuim, een lagere productiviteit en een lagere omzet. Uit onderzoek van TNO blijkt dat pesten jaarlijks vier miljoen verzuimdagen oplevert: negenhonderd miljoen euro loondoorbetaling door werkgevers. Geen kattenpis.

Hoewel het pestgedrag tussen individuen het meest zichtbare deel van het pesten is, speelt er onder de oppervlakte meer mee. Pesten heeft namelijk niet alleen te maken met de betrokken personen en hun interpersoonlijke relatie. Een pester pest doorgaans niet zomaar, maar juist omdat hij er zelf beter van denkt te worden – ten koste van de ander – waarbij hij gemotiveerd kan zijn door bijvoorbeeld status, jaloezie, eigen onzekerheid, competitie omwille van een bepaalde positie of promotie, enzovoort. Ook factoren als stress, frustratie of slechte arbeidsomstandigheden zijn in hoge mate van invloed op pesten. Het blijkt bijvoorbeeld dat een hoge druk om te presteren binnen een te beperkt tijdsbestek een negatieve invloed heeft op het morele gedrag van werknemers. Ook oververmoeidheid verkleint de kans op het maken van een moreel goede keuze. De werkvloer van een organisatie kan dan ook een belangrijke voedingsgrond zijn voor pesten en zelfs het pestgedrag aanmoedigen, bijvoorbeeld als leidinggevenden het laten gebeuren of er zelf aan meedoen. Voordat een individu op pesten overgaat, broeit er dus al van alles. Met het aanpakken van het conflict tussen de betrokken individuen, is de kous dan ook niet af voor een organisatie. De aanwezigheid van pestgedrag laat zien dat er ergens in de organisatie iets niet in de haak is. Het is dan ook zeer belangrijk dat de focus wordt verbreed, omdat het probleem anders wordt geïndividualiseerd en derhalve slechts ten dele opgelost. Waar komen frustraties vandaan? Zijn problemen bespreekbaar? Is er voldoende ruimte voor reflectie? Mag er worden geleerd van fouten? Zijn de verwachtingen redelijk? Een organisatie is niet slechts de plek waar het pesten kan plaatsvinden, maar een complex systeem van structuren en processen waar bepaalde gebruiken zijn geïnstitutionaliseerd – met andere woorden: de institutionele context. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de manier waarop leiding wordt gegeven, maar ook welk gedrag als acceptabel wordt beschouwd en de wijze waarop medewerkers worden beoordeeld. Pesten kan alleen worden voorkomen als de institutionele context het pesten op geen enkele manier bevordert. Het is dus van groot belang dat een organisatie het pesten niet als een geïsoleerd probleem beschouwt, maar de gehele eigen organisatie kritisch onder de loep neemt. Niet eenmalig als een probleem zich aandient, maar herhaaldelijk en structureel – voortdurend.

BING kan hierbij ondersteuning bieden door middel van trainingen, workshops of coachingsgesprekken.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Myrthe Lenselink
Functie: Adviseur/Onderzoeker
Myrthe Lenselink

2 reacties

  • Anne Marie van Doorn

    Goed opgebouwd verhaal, duidelijk! Dankjewel, dit biedt stof tot nadenken!

  • Rob Eijsbouts

    Fijn dat dhr. Asscher de campagne gestart is om aandacht te vragen voor het pesten op de werkvloer. Het kent werkelijk desastreuse gevolgen voor betrokken partijen. En goed ook om het pesten niet als een geisoleerd probleem te zien, maar het systemisch te bekijken en daarmee dus ook aan te pakken. Als trainer werkt ik al geruime tijd met teams om niet alleen de pester of het mikpunt te ondersteunen, maar juist ook de (zwijgende) omstanders hun verantwoordelijkheid in te laten zien dat ook zij kunnen/moeten ingrijpen.

Laat een reactie achter