Blog 2 van serie, door Ingemarit van der Wal

Ingemarit van der Wal

Integriteit in de zorg: een innerlijk debat over wat werkelijk het beste is voor de patiënt.

Integriteit is een groot begrip. De cultuur binnen een organisatie wordt gevormd door de mensen die er werken. De kernwaarden van diezelfde organisatie staan onder druk als gevolg van maatschappelijke transities en economische druk. Bestuurders bewaken de afstand tussen bedrijfsethiek en organisatiestrategie en de waakhond van de zorg kijkt dreigend over hun schouders mee. Maar zijn we er daarmee?

Maatschappelijke ontwikkelingen verhogen de prestatiedruk van medewerkers in een organisatie. Dit is een factor die het risico op niet-integer gedrag sterk beïnvloedt. Hoe minder transparant een organisatiecultuur is, hoe meer gelegenheid er is tot niet-integer handelen. Hoe groter de economische druk leeft in een organisatie, hoe groter het risico is op vervagende grenzen. Integer handelen in de zorg betekent in mijn optiek een voortdurende vorm van zelfreflectie. Is wat ik doe, werkelijk het beste voor de patiënt?

In de psychiatrie streven we naar bewustwording en verantwoording nemen, waarbij integriteit een vanzelfsprekende, professionele verantwoordelijkheid is. Een behandelaar oefent zijn taken zorgvuldig en betrouwbaar uit, rekening houdend met alle belangen. Zorgzaamheid, zorgvuldigheid en vertrouwen worden vanuit een goede beroepshouding gerealiseerd. Protocollen en richtlijnen vatten de professionele moraal samen en worden ingezet om naleving ervan te stimuleren. Maar vallen deze te allen tijde samen met iemands persoonlijke moraal? Hebben we enig idee in hoeverre de morele waarde van een professional samenvalt met diens beroepswaarde? En in hoeverre deze past binnen de geldende bedrijfscultuur?

In de psychiatrie werken we al jaren aan meer transparantie. Uitkomsten van onze behandeling worden steeds meer gemeten en gedeeld. Die behandeling staat ook voortdurend bloot aan onderzoek naar effectiviteit. Voor de komst van de zorgprogrammering, waren bijvoorbeeld de behandelduur en -methode vaak verbonden aan de persoonlijke voorkeur van de behandelaar, beïnvloed door diens relatie met de patiënt. Zo kon een prettige samenwerking leiden tot een langere behandelduur, maar ook het omgekeerde. De economische druk heeft de professional kaders gegeven die leidden tot een standaardisering van de behandeling. Daar heeft de patiënt vooral baat bij. Maar die kaders zijn daarmee niet veel meer dan een technisch hulp- en controlemiddel. Ze zeggen nog niets over iemands morele waarde. Hebben we het daar in de psychiatrie eigenlijk wel voldoende over?

Het belang van de dialoog over ethiek en integriteit, is de afgelopen jaren mogelijk onderschat bij het werken aan efficiëntie in de zorg. Medewerkers worden meer beoordeeld op productiviteit dan op hun competenties in ethisch handelen. De financiële druk in de ggz-sector heeft gezorgd voor een organisatiecultuur die met name gericht is op het strak organiseren van de zorg met behulp van vastgestelde richtlijnen en protocollen. Hiermee kan zowel de handelwijze van medewerkers, als het melden en het bestraffen van eventueel ongewenst handelen worden verantwoord in een HKZ gecertificeerde omgeving. Als organisatie staan we voor onze kernwaarden, maar met de individuele medewerkers hebben we vaak pas een gesprek als het misgaat. Protocollen worden als handelingsvoorschriften opgenomen in het kwaliteitshandboek en de tijd voor discussie wordt besteed aan wat steeds meer de core business lijkt in de zorg: geld verdienen. Kwaliteit en kwantiteit vechten op de weegschaal van het gelijk.

De maatschappelijke discussie wakkert aan. Met de transitie van de Awbz naar de Wmo begeven namelijk ook andere partijen zich in de zorg. Het Rijk hevelt het geld voor de ambulante, langdurige zorg over naar de gemeenten, die daarmee een nieuwe partner worden voor de zorginstellingen. De gemeente roept vanaf de start van het schrijven van hun koersnota’s dat zorginstellingen vooral vanuit eigen belang handelen. Zij leveren in hun ogen te veel zorg met als doel groot en belangrijk te blijven. Misschien is dat waar, maar gemeentebestuurders doen feitelijk hetzelfde: zij handelen in deze transitie immers zodanig dat het hen lukt voorgenomen bezuinigingsmaatregelen te realiseren. “Take it or leave it!” heb ik net zo vaak gehoord als de vraag: “Hoe zullen we deze kanteling samen mogelijk maken?”

In Nederland gaat de maatschappelijke discussie bij voorkeur over onderwerpen die ons allen raken. Een voorbeeld daarvan is het debat over onze “Zwarte Piet”. De psychiatrie spreekt Nederland minder aan, maar wellicht is een debat over integriteit ook meer gebaat bij het innerlijk debat. Dat begint bij jezelf. Kun jij bij elke keuze die je maakt, met zekerheid zeggen dat je die keuze hebt gemaakt in het belang van de patiënt? En, als je daarover twijfelt, durf je er dan over na te denken? Of nog beter, durf je erover te praten? De dialoog over integriteit is tenslotte onmisbaar bij de zoektocht naar gedeelde uitgangspunten in bedrijfsethiek en organisatiestrategie.

Deze blog is geschreven door Ingemarit van der Wal, algemeen directeur GGZ Friesland.

Twitter: @IngemaritvdWal

1 Reactie

Laat een reactie achter