De ondraaglijke lichtheid van het gezond verstand

U weet waar het kabinet ons toe oproept in deze tijden van het beruchte virus: tot gezond verstand. Terecht: niet alle regels en uitzonderingen hoeven te worden voorgekauwd: ‘Burger, ik vertrouw op je: jij weet zelf wat kan en niet kan, wat goed gedrag is en wat niet!’ Dat is zo. Totdat de dilemma’s te zwaar worden.

In een crisis gaat het om aanpakken, om overgaan tot een maximale effectieve modus. Filosofische reflectie, daar heb je in eerste instantie weinig aan. Toch beseffen we, dat juist morele reflectie nodig is bij tragische ethische keuzes. Gezond verstand doet een beroep op directe ervaring: je weet wel wat goed is, maar hoe zwaarder een dilemma op je drukt, hoe minder goed dat gezond verstand werkt. Ik bespreek hier geen concrete casus, dat zou ik graag delen, maar dat is hier nu niet de plek om te doen.

Laten we wel de oproep ‘gezond verstand’ als zodanig eens onderzoeken. Eerst via een vergelijking: zolang je gezond bent, ervaar je die gezondheid niet. Je ervaart gezondheid pas in het gebrek eraan, als je iets mankeert, als je buikpijn hebt, hoofdpijn of algehele malaise. Zo sta je evenmin stil bij ‘gezond verstand’, je weet wat de bedoeling is, totdat er een beroep wordt gedaan op complexe afwegingen. Je voelt een spanning, er gaat iets knagen, je normale gedrag wordt ter discussie gesteld, je staat voor een lastige keuze. Wat is hier gezond verstand?

Ik kom de vraag naar ‘gezond verstand’ vaak tegen in een Moreel Beraad met professionals; ‘Hoe moet ik handelen? De regel, het protocol, het beleid, de adviezen, helpen me hier moreel gezien niet. Ik worstel.’’ Het enige wat ik kan doen als filosoof en trainer Moreel Beraad is om te werken aan bewustzijn wat er speelt, om inzicht te geven in afwegingen en helderheid te bieden in het gewicht van verschillende posities in die afweging. In dat proces blijkt onder andere dat het gezonde verstand van iemand inzicht in drie rollen vraagt, je rol als privépersoon (met normen en waarden en privébelangen), je rol als professional (met beroep specifieke vakkennis en verantwoordelijkheden) en je rol als burger (met rechten en plichten naar de samenleving als geheel). Het gezonde verstand vraagt van je om deze rollen goed (gezond) op elkaar af te stemmen.

In deze crisis wordt dat bewustzijn expliciet aangesproken en blijkt dat wij als vrije privépersonen massaal onze rol als burger weten op te nemen: ik houd afstand en blijf thuis, ik ben een burger, dat vraagt van mij om rekening te houden met de samenleving als geheel en om mijn persoonlijke belangen op te schorten. Aristoteles zou trots op ons zijn. Hij zag in goed burgerschap de belangrijkste opgave voor een mens, belangrijker dan individuele zelfontplooiing en de ambitie voor werk of organisatie: deze hadden volgens hem alleen betekenis in zoverre ze bijdroegen aan een rechtvaardige samenleving.

Wat mij opvalt in mijn werk met professionals buiten een crisis is, dat zij hun rol als privépersoon en die als professional helder voor ogen hebben, maar dat ik actief in een casus de vraag moet stellen: en je rol als burger? Hoe weeg jij het belang voor de samenleving mee in jouw handelen, naast de rechten en belangen voor jouw client of jouzelf? Die notie van burgerschap wordt niet vanzelfsprekend meegenomen. Dat is opvallend.

In mijn werk als trainer Moreel Beraad werk ik met lastige keuzes en morele dilemma’s. Daar zie ik hoe er vanuit het gezonde verstand geregeld een spanning optreedt tussen verschillende rollen; Een ambtenaar, een bestuurder, een psychiater kan zich afvragen: ‘wat goed is voor een individu, of een bepaalde groep en wat goed lijkt vanuit mijn verstand (vakkennis als professional), blijkt op dit moment niet goed of niet haalbaar te zijn voor de samenleving, waar ligt een grens?’ Dit speelt zeker daar waar schaarste is. Soms wordt deze vraag naar schaarste als economische vraag (en daarmee als schijnbaar niet professie gebonden) terzijde geschoven. Onterecht, want vergeet niet: alleen een gezonde economie maakt op lange termijn publieke welvaart mogelijk, zoals een welvarende gezondheidszorg.

Ik zie het zelden zo zwaar als wat we nu zien in de mogelijke zwarte scenario’s van overbezette IC-zorg. Daar moet de competentie van de arts en het belang van deze patiënt, worden afgewogen tegen de draagkracht van de samenleving op het moment van schaarste. Dit is enorm tragisch en schiet het goed-goed dilemma voorbij: het gaat dan om de keuze tussen twee slechte opties. Professionals verdienen daar morele steun.

Naast dit zwarte scenario-dilemma, komt dit type afweging vaker in grijze gebieden voor. Ik herken het bij de ambtenaar of de bestuurder die moet woekeren met budgetten voor de ene groep, ten koste van het welzijn voor een andere groep, de psychiater die door schaarste in tijd en geld maar een maximaal aantal behandelingen ter beschikking heeft, wetend dat meer behandelingen de cliënt goed zouden doen. Als privépersoon wil je helpen, als professional heb je vakkennis in huis om dat te doen, als burger moet je kiezen voor begrenzing door schaarste. Ga er maar aan staan. Dat zijn zware afwegingen. Het maken van afwegingen vraagt daar uitermate zorgvuldigheid. Daar leren we niet van ethische theorieën, daar leren we van praktische wijsheid.

Hoe transparanter je die keuzes samen maakt, oordelen opschortend, alle overwegingen en bezwaren toelatend, zoekend naar het optimale in het minst slechte, hoe sterker je de professional steunt, hoe beter die overeind blijft. Deze ondersteuning in zowel rationele reflectie op ethische dilemma’s, als op de gevoelens daaromheen, genereert kracht bij zware keuzes voor professionals. Als burger, als professional, als bestuurder, als mens. Het Moreel Beraad voor en na een crisis om het verstand gezond te houden en om de professional overeind te houden: daar doen we het voor.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Hella van den Elshout
Functie: Adviseur/Trainer


 

Laat een reactie achter