Het stoplicht-effect van een integriteitsscreening

De verkiezingsstrijd is definitief losgebarsten. Het regent verkiezingsdebatten, in winkelcentra staan raadsleden in spe te flyeren en langs de weg vinden we kleurrijke posters met kernachtige boodschappen. Ondertussen werken de ‘zittenblijvers’, zoals de burgemeester en de griffier, achter de schermen al aan een introductieprogramma voor de nieuwe raad en het nieuwe college. Ook voor integriteit is veelal een plaats ingeruimd.

Verschillende CdK’s riepen eerder al op om (kandidaat-)wethouders te onderwerpen aan een integriteitsscreening. In Limburg is daartoe zelfs een ‘Handreiking Risicoanalyse Integriteit Openbaar Bestuur’ opgesteld. Nog recenter spraken de 33 burgemeesters in Limburg af om hier uitvoering aan te geven door hun gemeenteraden na de verkiezingen te vragen om de (kandidaat-)wethouders te screenen.

Er blijkt evenwel nog veel misverstand te bestaan over het doel van een dergelijke screening. Veel gemeenten zien een screening als een instrument om de komende vier jaar problemen te voorkomen. Maar werkt het ook op die manier?

Doel van een screening
Het simpele antwoord luidt: nee. Ook een screening kan niet garanderen dat een bestuurder niet de fout in gaat. De ervaring leert echter wel dat vervelende krantenkoppen veelal hadden kunnen worden voorkomen, wanneer er aan de voorkant meer aandacht was besteed aan bewustwording. Met recht spreekt de Friese CdK Jorritsma dan ook van het voorkomen van ‘ongelukken’ en niet van het voorkomen van integriteitsschendingen. Een wethouder die willens en wetens niet-integer handelt, houd je immers maar moeilijk tegen.

Tegelijkertijd kunnen ook de meest integere wethouders in de problemen komen, simpelweg omdat integriteit zelden zwart-wit is. Van een wethouder verwachten dat hij of zij onder alle omstandigheden een moreel hoogstaande keuze maakt, ongeacht de gevolgen die daar voor hem of haar uitvloeien, is geen reële opgave. Het stoplicht staat daarom nagenoeg nooit op rood of groen, maar vrijwel altijd op oranje: alertheid blijft geboden. Een screening geeft dan ook geen antwoord op de vraag of iemand integer is of niet, maar is nu juist bedoeld om de kandidaat en zijn of haar omgeving concrete handvatten te bieden om elkaar scherp te houden en misstappen te voorkomen.

Het devies is dan ook om integriteitsrisico’s zoveel mogelijk te vermijden en het integriteitsbewustzijn te versterken. Door te kijken naar de nevenfuncties, belangen en relaties van een kandidaat, door eventuele incidenten uit het verleden in kaart te brengen en door daar met elkaar het gesprek over aan te gaan, komen risico’s in beeld en krijgt de kandidaat meer inzicht in deze risico’s. Daar waar nodig, kunnen dan preventief en proactief nadere afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld ten aanzien van de behandeling van specifieke dossiers, opdat belangenverstrengeling wordt vermeden.

Tot slot
Een stevig fundament leggen voor een stabiel college en een raad die zijn kaderstellende en controlerende taak naar behoren kan uitvoeren, begint met een gezonde dosis verantwoordelijkheidsgevoel van alle betrokkenen. Voor de moeilijke klus die veel gemeenten in de komende vier jaar staat te wachten, door de extra taken die zij moeten uitvoeren met minder middelen.

Maar ook het voorkomen van integriteitsproblemen is in ieders belang. Het besef dat vervelende krantenkoppen afbreuk doen aan het gezag van het openbaar bestuur als geheel, dringt steeds meer door. En dat is maar goed ook. Een daadkrachtige gemeente is gebaat bij een debat op inhoud en niet bij politici die in opspraak raken.

Meer weten over integriteitsscreenings? Bekijk onze flyer of neem gerust contact op:

Naam: Peter Schokker
Functie: Adviseur/Onderzoeker/Trainer
Peter Schokker

Trackbacks for this post

Laat een reactie achter