Ingesteld op onbehagen

Kort geleden schreef mijn collega Peter Schokker in een blog over de impact op individuen wanneer hun integriteit ter discussie wordt gesteld. Getriggerd door zijn verhaal, vind ik het waardevol om in te gaan op een onderwerp dat hieraan is gelieerd: integriteitsonderzoeken in algemene zin en de impact die een dergelijk onderzoek op zichzelf al heeft op betrokkenen. En vooral ook: wat eraan is te doen om die impact te beperken.

Onzekerheid
Wanneer een organisatie besluit een extern integriteitsonderzoek in te stellen naar een van haar medewerkers, heeft dit in de regel een fikse weerslag op de organisatie en de betrokkenen bij een dergelijk onderzoek. Naast de inherente onduidelijkheid over hetgeen er daadwerkelijk is voorgevallen (reden om onderzoek in te stellen), heeft ook het onderzoek op zichzelf effect op medewerkers.

Waarom is eigenlijk besloten tot dit onderzoek? Wat is mijn positie? Ik ben onschuldig; wie geeft mij de garantie dat ik hier ongeschonden uit kom? Allemaal vragen die begrijpelijk zijn.

Beklaagden
Met name voor beklaagden kan deze onzekerheid een opgave zijn. Allereerst gaat de start van een onderzoek bij een serieuze beschuldiging soms gepaard met een ‘sanctie’ die de beklaagde belet in zijn of haar bewegingsruimte. Zo komt het voor dat een beklaagde wordt geschorst of wordt verzocht verlof op te nemen en daarbij wordt afgesloten van een organisatienetwerk (e-mail/server/telefoon). Vaak is daarbij tevens de boodschap dat de beklaagde geen contact met collega’s mag opnemen, of in ieder geval niet over het onderzoek mag spreken. Dit tezamen, maakt dat een beklaagde tijdens een integriteitsonderzoek zich niet zelden geïsoleerd zal voelen.

Daar komt bij dat een betrokkene vaak pas in de loop van een onderzoek zicht heeft op alle feiten en omstandigheden die hem of haar worden nagedragen. Een vrij logische beschouwing, aangezien gedurende het onderzoek deze gegevens pas in volle omvang omhoog komen, maar de impact van deze onzekerheid voor een betrokkene moet niet worden onderschat.

Contact met onderzoekers
En op individueel niveau is daar voor betrokkenen op een bepaald moment het contact met het externe onderzoeksbureau. Als beklaagde bij een integriteitsonderzoek, zal je worden geïnterviewd, vaak twee maal. Hoe weet je dat deze mensen kundig en zorgvuldig werken? Kan ik ervan uitgaan dat zij objectief hun werk verrichten? Als onderzoeker ben jij je terdege bewust van dit mogelijke gevoel van onbehagen en onmacht. Niet alleen vanwege een mogelijk onderbuikgevoel bij een betrokkene, maar in zekere zin ook omdat je daadwerkelijk in een bijzondere positie zit. De keuze welke vragen worden gesteld óf juist niet, kan uiteraard gevolgen hebben voor het onderzoek. Een beklaagde moet erop kunnen vertrouwen dat jij dit volledig en zuiver doet.

Kaders en menselijke maat
Gelukkig kan een deel van het onbehagen goed worden weggenomen. Integriteitsonderzoek is geen cowboywerk waarin dagelijks wordt gepionierd, maar een volwassen en serieus ambt. De werkwijze van een bureau als BING is vastgelegd in protocollen die kenbaar kunnen worden gemaakt aan betrokkenen. Waar op detailniveau dus soms geen panklaar antwoord kan worden gegeven op alle vragen van betrokkenen, zal het onderzoeksbureau over de kaders van het onderzoek helder kunnen communiceren. Van onderzoekshandelingen mag altijd worden verwacht dat deze proportioneel zijn en voldoen aan het subsidiariteitsbeginsel. Van de interviews worden standaard verslagen gemaakt die ter verificatie worden voorgelegd aan geïnterviewden. Dit zijn standaardvereisten die worden gesteld aan een particulier recherchebureau met recherchevergunning, zoals BING.

Naast deze professionele kaders, zijn er de adviseurs zelf die hun werk naar eer en geweten willen vervullen. Als onderzoeker ben ik en voel ik mij verantwoordelijk voor een zorgvuldig onderzoeksproces, waarbij het menselijk aspect niet uit het oog mag worden verloren. Gevoelens van machteloosheid en onbehagen bij betrokkenen, wil je als onderzoeker waar mogelijk wegnemen door helderheid te verschaffen over hetgeen wél kan worden benoemd. Daarbij zal te allen tijde de objectieve grondhouding voorop moeten staan. Daarbij moet ik soms denken aan een devies dat ik in mijn jeugd meekreeg als het ging om contact met nieuwe mensen: ‘Maximale toenadering met behoud van distantie.’

Heldere communicatie
Als het gaat om het wegnemen van gevoelens van onzekerheid bij betrokkenen, ligt er zeker ook een taak bij de organisatie waar het onderzoek plaatsvindt. Als werkgever heb je de zorgplicht voor jouw medewerkers. Het inschakelen van een extern onderzoeksbureau zorgt ervoor dat je in feite de handen vrij krijgt om de zorgfunctie naar behoren te vervullen.

Voor de werkgever is het allereerst van groot belang om op een heldere wijze richting de verschillende betrokkenen te communiceren over het ingestelde onderzoek. Een advies is om niet zelf het wiel daarbij uit te gaan vinden, maar gebruik te maken van de expertise van het onderzoeksbureau dat hierin goed kan ondersteunen. Ten aanzien van de betrokkenen (melders, beklaagden etcetera), is het waardevol om hen actief te wijzen op hun rechten en plichten (bijvoorbeeld met betrekking tot de mogelijkheden voor ondersteuning, zoals een raadsman of -vrouw). Door zelf het voortouw te nemen in de communicatie, neem je voor betrokkenen ongetwijfeld al een deel van de onzekerheid weg. Lopende het onderzoek zal een werkgever voor inhoudelijke vragen moeten verwijzen naar het onderzoeksbureau. Voor procedurele vragen ligt dat anders en mag van de werkgever worden verwacht dat deze hierop kan antwoorden. Wees daar op voorbereid en pak dit adequaat op, zodat je betrokkenen ‘niet laat zwemmen’. Al deze handvatten voor de werkgever zijn gerelateerd aan communicatie: wees waar mogelijk helder over wat er plaatsvindt.

Zal hiermee de onzekerheid van betrokkenen verdwijnen? Vast niet geheel. Spanning en een algemeen gevoel van onbehagen zal er altijd zijn voor betrokkenen. Maar het is de schone taak van het onderzoeksbureau én van de werkgever om deze onzekerheid te beperken tot een acceptabel niveau.

Meer weten? Neem gerust contact met ons op.

Deze blog is geschreven door Berend Snijders.

1 Reactie

  • Christiaan

    Leuk blog Berend. Het is inderdaad een echt ambt. Ik hoop alleen dat diegene die je in je jeugd advies gaf over contact met nieuwe mensen niet diezelfde woorden gebruikt heeft, dat klinkt wel heel afstandelijk.

Laat een reactie achter