Integriteit: je bent wat je doet

Integriteit is een onderwerp dat ons persoonlijk raakt. Dat geldt zeker voor bestuurders: hun reputatie is al snel in het geding. Op de jaarlijks georganiseerde Dag van de Integriteit, verzuchtte vorig jaar een van de sprekers dat het ‘I-woord’ in bestuurlijk Nederland tegenwoordig een beladen begrip aan het worden was. Als jouw naam als bestuurder in één zin wordt genoemd met het woord ‘integriteit’, bekruipt je al snel het gevoel van een kalkoen rond kerst.

In de NRC van zaterdag 12 juli jl. werd in een artikel over integriteitsscreening van wethouders dit ongemakkelijke gevoel ter discussie gesteld. En dan zijn er ook nog bureaus, met onduidelijke kwaliteitsniveaus, die – gedreven door commerciële motieven – de onzekerheid over het onderwerp integriteit bij bestuurlijk Nederland verzilveren. Zij rekken het integriteitsbegrip op en wat zij leveren, is schijnzekerheid over onderwerpen die het bestuur zelf zou moeten en kunnen oplossen.

Mijn ervaring als integriteitsonderzoeker en -adviseur komt daar niet mee overeen. Ik zie wel dat er dikwijls op een verkeerd bord wordt geschaakt. Om maar meteen het eerste grote misverstand uit de wereld te helpen: er is geen advies, integriteitstraject, onderzoek, dilemmasessie of screening te verzinnen dat mensen integer maakt. Toch is de kern van de publieke discussie en meningsvorming over integriteit steeds weer deze emotie: de wens van de meesten onder ons om een integer persoon te zijn, het verlangen dat dit ook voor ‘de ander’ geldt en de onzekerheid of dit ook daadwerkelijk het geval is. Waarom zijn we toch zo verknocht aan dit in de praktijk volstrekt onbruikbare, moraliserende en individuele perspectief?

Het enige waar men binnen de context van het publieke domein uiteindelijk wél invloed op kan uitoefenen, is de uitkomst, ofwel de vraag: wordt er integer gehandeld? Juist in het perspectief van het integer handelen, wordt ineens zonneklaar waar competenties en verantwoordelijkheden liggen, en langs welke lijnen er oplossingen mogelijk zijn.

De eerste stap is dat bestuur en volksvertegenwoordiging in hun balans van dualiteit en checks and balances afspraken maken over de normen voor integer gedrag, de waarden die daaraan ten grondslag liggen en over de beeldvorming die dit in de samenleving oproept. Ik zou zelfs durven stellen dat dit tot de kerncompetenties van bestuurders behoort.

Maar dan betreedt de dagelijkse werkelijkheid het toneel. Het college en de raad van gemeente X hebben in een vruchtbare dialoog elkander de nieren geproefd, de kaarten op tafel gelegd en heldere afspraken gemaakt. Op een dag – de politieke verhoudingen zijn inmiddels wat verscherpt – komt de lokale krant met het bericht dat een van de wethouders op wintersport is geweest met de aannemer die het stadhuis ingrijpend heeft verbouwd. De aannemer is al jaren een goede vriend van hem, en hij zag tijdens de coalitiebesprekingen geen aanleiding om dit en public aan te kaarten. Hij ervoer het zelf namelijk helemaal niet als een politieke bananenschil. Ineens blijkt dat de afspraken die waren gemaakt voor alle partijen weliswaar kristalhelder waren, maar dat iedereen er vanuit zijn of haar eigen referentiekader een andere interpretatie aan had gegeven. Op het moment dat de afspraken aan de realiteit worden getoetst, komen er feiten boven water die de coalitiegenoten graag van tevoren hadden geweten. Dan komen de risico’s naar boven die niemand ten tijde van de wittebroodsweken van het college had overzien. De ‘kaart’ die men had getekend van het integriteitslandschap, bleek na verloop van tijd niet geheel overeen te komen met het ‘gebied’.

Je zou daarom liever vooraf de mogelijke scenario’s inzichtelijk willen krijgen, waarbij de mogelijke risico’s over een situatie als deze aan bod komen. Daar komt echter meer bij kijken dan men in eerste aanleg zou denken. Is er wel genoeg informatie om belangen te (onder)kennen en risico’s te identificeren? Wat is risico eigenlijk? Is de benodigde kennis en ervaring aanwezig om alle consequenties van de risico’s en daarop te treffen maatregelen en afspraken te overzien? Is er een omgeving waarin men zich ondanks soms scherpe politieke tegenstellingen kwetsbaar durft op te stellen? Zijn er best practices bekend voor het omgaan met bepaalde integriteitsrisico’s? Allemaal vragen waarmee de gemiddelde bestuurder (hopelijk) niet dagelijks te maken krijgt.

Het beïnvloeden van het integer handelen van mensen, is in zekere mate mogelijk, maar niet eenvoudig. Het is een vak apart. Daarom zijn er meerdere marktpartijen die zich hebben gespecialiseerd in de ontwikkeling van diensten op gebied van integriteit, zoals screening, training, advies en onafhankelijk onderzoek, waarmee men zakelijk en effectief kan interveniëren op het integer handelen van mensen. Daarmee leveren deze partijen al jaren een belangrijke toegevoegde waarde aan de ontwikkeling en bewaking van een integere overheid in Nederland. De aanwezige diversiteit biedt opdrachtgevers het grote voordeel dat zij kunnen selecteren op kwaliteit en het bureau kunnen kiezen dat het best past bij de organisatiecultuur en de problemen waarmee men op dat moment kampt. Er is niets mis mee om deze expertise in te huren. Dat doe je tenslotte ook als je juridische hulp zoekt of een complex ICT-project uitvoert.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Marcel Westerhoud
Functie: Adviseur/Onderzoeker/Trainer
Marcel Westerhoud

Laat een reactie achter