Recensie boek ‘Spugen op de tosti van Hans’

Vorige week las ik het nieuwe boek ‘Spugen op de tosti van Hans’. Het boek is geschreven door een vrouw die zich jarenlang seksueel geïntimideerd voelde door haar baas. Het boek is een persoonlijk en broeierig relaas dat je meeneemt in de belevingswereld van een vrouw die gevangen raakt in een web van loyaliteit, schaamte en wanhoop. Het boek beschrijft ook het proces van vallen en opstaan en de ultieme zoektocht naar hulp en uiteindelijk naar vrijheid.

Ik wil wegblijven van een beoordeling van de casus zelf, maar er worden in het verhaal van mevrouw Bosman verscheidene aspecten van seksuele intimidatie beschreven die ik uit mijn onderzoekspraktijk herken. In veel gevallen van seksuele intimidatie blijven veel slachtoffers lang met hun gevoel rondlopen. Blijkbaar is er een enorme drempel om met het verhaal naar buiten te komen. Het is gebruikelijk dat slachtoffers van seksuele intimidatie een proces doormaken van ontkenning, ongeloof, angst, schaamte en machteloosheid. Hierdoor duurt het vaak lange tijd voordat zij grenzen aangeven, bewijsmateriaal veiligstellen en durven te spreken over wat hen overkomt. De angst heeft ook betrekking op of de buitenwereld het slachtoffer wel gelooft. Soms geloven slachtoffers zelf niet eens wat er is gebeurd en dat zij slachtoffer zijn.

Niet alleen het slachtoffer blijft stil, ook collega’s leven in ongeloof of vinden het heel moeilijk hun mening te uiten over zaken als ongewenst gedrag. Zelfs als zij getuige zijn van ongepaste opmerkingen of aanrakingen, wordt er geregeld een andere kant opgekeken of worden er grappen over gemaakt. Deze terughoudendheid om zich uit te spreken, komt ook voort omdat zij in dergelijke gevoelige situaties bang zijn voor de gevolgen: bang om zelf te worden geïntimideerd of buitengesloten. Dit gedrag kan worden versterkt door het collectieve geheugen binnen een bedrijf, want wat gebeurde er met mensen die openlijk hun mening gaven of die kritisch waren? Vaak slaan dergelijke ervaringen zich stilzwijgend op in de onderstroom van een cultuur. Wij noemen dit ook wel de stiltespiraal.

De stiltespiraal maakt dat het indienen van een melding in de praktijk een enorme stap is. Ook mevrouw Bosman beschrijft in haar boek haar zoektocht naar buiten: bij wie moet ik het melden? Wie kan ik in vertrouwen nemen? Zal iemand mij geloven? Wat zal degene doen die ik beschuldig? Wat gebeurt er eigenlijk met mijn melding?

Na melding begint een nieuwe fase. Wanneer er in deze fase niet zorgvuldig wordt gehandeld, kan dit schadelijke effecten hebben voor iedereen: slachtoffers voelen zich niet gehoord, collega’s tasten in het duister, iemand voelt zich ten onrechte beschuldigd, eventuele daders kunnen blijven ontkennen en een werkgever zit met twee medewerkers die niet meer samen door een deur kunnen. Dit leidt meestal tot het vertrek van een of beide medewerkers en een deuk in de samenwerkingsrelatie van vele mensen die om hen heen staan.

Na een melding van seksuele intimidatie op de werkvloer, zijn alle partijen dan ook gebaat bij een proces waarin waarheidsvinding van het grootste belang is. Waarheidsvinding is in gevoelige zaken, zoals bij beschuldigingen van seksuele intimidatie, echter complex. Temeer omdat waarheidsvinding wordt bemoeilijkt omdat er een verschil is tussen voor- en achterwaartse processen. Het spreekt voor zich dat partijen ieder een ander verhaal hebben, maar in zaken van vermeende seksuele intimidatie vieren emoties hoogtij en dit kan ertoe leiden dat de verhalen mijlenver uiteen liggen.

Dit heeft ook te maken met de werking van ons brein. Getuigenissen geven altijd een beeld van de werkelijkheid achteraf, maar omdat het geheugen beperkt is en werkt als een filter, wordt ieders verhaal gekleurd door de neiging alleen die data te herinneren die overeenstemmen met de eigen beleving en perceptie van zaken. Wij noemen dit wel de retrospectieve vertekening. Feitelijke gebeurtenissen en hun interpretaties lopen bij het kijken in de achteruitkijkspiegel altijd door elkaar heen.

Mevrouw Bosman beschrijft in haar boek dat zij haar zaak heeft willen bepleiten binnen een ontbindingsprocedure bij de rechter. Een dergelijke procedure doet echter geen uitspraak of er sprake is van seksuele intimidatie. Mijn ervaring leert ook dat waarheidsvinding bij incidenten seksuele intimidatie voor zowel slachtoffers als beschuldigden vaak veel belangrijker is dan genoegdoening via uitspraken of schikkingen van de rechter. In de rechtszaal slijpen partijen hun messen en worden door advocaten de meest extreme varianten van ieders verhaal tegenover elkaar geplaatst. Een breed scala aan tactieken wordt ingezet om geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van het andere verhaal onderuit te halen en het eigen verhaal te versterken. Er worden ook geregeld allerlei andere zaken bijgehaald, van disfunctioneren tot langdurig ziekteverlof met als effect dat een groot deel van de waarheid betreffende de melding vermeende seksuele intimidatie in het midden blijft hangen.

Er staat ook nogal wat op het spel: erkenning, reputaties, imago, huwelijken en toekomstige carrières. Om deze redenen wisselen melders en beschuldigden nogal eens van rol: beschuldigden voelen zich slachtoffer omdat zij door de melding in een kwaad daglicht worden gesteld en slachtoffers acteren als daders omdat zij de beschuldigde koste wat het kost willen zien bloeden.

Een goed alternatief om tot waarheidsvinding te komen, is een onafhankelijk onderzoek door de werkgever naar aanleiding van de melding. Een onderzoek streeft namelijk naar een reconstructie van één verhaal via een zorgvuldig proces van hoor en wederhoor. Eén verhaal dat weergeeft over welke feitelijke gedragingen wél overeenstemming bestaat. Meestal is dat domein, wanneer zorgvuldig uitgevraagd, groter dan je aanvankelijk zou vermoeden. Naast dat onderzoek één verhaal reconstrueert, geeft het tevens een professionele beoordeling, niet alleen van het individuele handelen van de beschuldigde, maar ook van de rol van de werkgever en in sommige gevallen zelfs van de melder. Onderzoeken dienen er namelijk altijd rekening mee te houden dat er sprake kan zijn van een valse beschuldiging. Met een onderzoeksrapport in de hand, heeft een werkgever een goed overzicht van wat er wel en niet is gebeurd, alsook een beoordeling of er sprake is van ongewenst gedrag en/of seksuele intimidatie. Werkgevers kunnen vervolgens een genuanceerde afweging maken of maatregelen op zijn plek zijn en van welke orde deze dienen te zijn.

Incidenten op het gebied van seksuele intimidatie binnen organisaties, zijn altijd traumatisch en maken tevens zichtbaar wat er aan preventie is blijven liggen. Laten we niet vergeten dat werkgevers een zorgplicht hebben voor de veiligheid en gezondheid van hun werknemers. En dat zij maatregelen dienen te treffen om pesten, (seksuele) intimidatie en geweld van en tegen werknemers te voorkomen en te bestrijden. Ook deze week, staat dit tijdens de ‘week tegen pesten’ volop in de aandacht.

Dit betreft ‘harde’ maatregelen: het bouwen van een goede infrastructuur op het gebied van integriteit en omgangsvormen. Hierbij kan worden gedacht aan een actuele gedragscode, waarin zowel gewenst als ongewenst gedrag wordt beschreven. Verder is het handig om een meldingsregeling op te stellen, zodat medewerkers – desgewenst vertrouwelijk – melding kunnen maken van ongewenst gedrag. Het is belangrijk om een vertrouwenspersoon aan te stellen; dit geeft mensen de mogelijkheid om buiten de lijn om, met iemand te praten. Naast deze harde maatregelen, is het van belang om aandacht te hebben voor de omgangscultuur, de zogenaamde ‘zachte’ maatregelen, zoals een goede signaalfunctie bij Personeelszaken en een voorbeeldfunctie bij de leiding.

De ervaringen van mevrouw Bosman lijken in grote mate bepaald door zowel een gebrek aan een goede, preventieve infrastructuur als aan het ontbreken van een zorgvuldig proces van waarheidsvinding. En dit oogt ook precies de boodschap te zijn van haar boek. Mevrouw Bosman is in staat haar slachtofferschap om te zetten in kracht; zij heeft zichzelf hervonden om haar ervaring van waarde te laten zijn voor anderen in een dergelijke situatie.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Deze blog is geschreven door Irene Nijhof.

Laat een reactie achter