Waar of niet waar?

En de balans van minister Zijlstra

Blog in twee delen

We lopen er steeds weer tegenaan: wat is waar, wat niet, wat is echt, wat niet, wat is fake news, wat niet, wat zijn feiten, wat is een leugen?

In het geval van voormalig minister Halbe Zijlstra lijkt het helder: hij zegt iets wat niet waar is. Dat noemen we een leugen. Politici zeggen ineens in koor: “Tja, inderdaad, liegen mag nooit.” Nooit? Volgens mij mag het af en toe wel: leugentjes om bestwil, de sociale smeerolie van complimenten, de leugen die iemand beschermt tegen ernstig onrecht, ‘Nee hij is hier niet’, terwijl dat wel het geval is. Twitterend wordt er gemarchandeerd met de waarheid, is het spel, visserslatijn, zijn het leugens? Hoe vellen we eigenlijk het oordeel over waar of niet waar? Dat lijkt eenvoudig, maar is het niet, want wat ‘waar’ ís, is niet eenduidig

Daarom een filosofisch onderzoek in twee delen over de vraag hoe we weten of iets waar of niet waar is en in welke taal je als politicus of bestuurder je opmerkingen moet gieten om niet te liegen.

Deel 1
Historisch, filosofisch en cultureel gezien, verandert de visie op wat waar is. In de vorige eeuw hebben we te maken gehad met het ‘postmodernisme’, een stroming van denken waarin – kort gezegd- iedere waarheidsclaim wordt betwijfeld. Postmodernisten twijfelen onder andere aan de kennis- of waarheidsclaim van de wetenschap (zie de ‘klimaatontkenners’). Ondanks de dominantie van het postmodernisme in de afgelopen periode, blijken we nu met zijn allen toch te vallen over de leugen van minister Zijlstra. Wat is er nog overgebleven van onze notie van ‘waarheid’?

Er blijken verschillende visies waarop we ons oordeel over ‘waar’ (of niet waar) baseren vanuit het alledaags gebruik, de wetenschap en de filosofie. We lopen er stap voor stap doorheen.

Waar is iets dat overeenstemt met de werkelijkheid.
Deze visie gaat ervan uit dat er een gedeelde objectieve werkelijkheid is. Als wij tweeën buiten lopen en het regent en we zeggen dat het regent, delen we dat en is het waar. Het is een feit. Toch geeft de uitspraak ‘een feit is dat wat overeenstemt met de werkelijkheid’ niet altijd een houvast. Het probleem is namelijk dat we die werkelijkheid uitdrukken in taal. “Hoezo regent het? Volgens mij miezert het, dat noem ik geen regen.” Vervolgens zoeken we naar definities. Of naar formules. “Er druppelt H2O naar beneden, dat is een feit.”

Wat vaak als werkelijkheid wordt ervaren is de ervaring zelf: de een vindt regen prettig en de ander onprettig. De een smeekt om regen (woestijn) de ander verafschuwt het (Nederlander op de fiets) Regen is een ervaring en ervaringen zijn niet objectief. Het feit is dat waarover de ervaring gaat.

Filosofen worstelen met de uitleg van ‘overeenstemming met de werkelijkheid’. De filosoof Kant zei dat we de objectieve werkelijkheid het ‘ding an sich’ nooit zullen kennen. Het gaat in kennis en oordelen om een overeenstemming tussen verstand en feiten, waarbij het probleem is, dat de werking van ons verstand de feiten bepaalt, aldus Kant. Op niveau van natuurfysica klopt dat, dan weten we soms niet meer wat de grens van materie is; ‘ons verstand kan er niet meer bij’. Op alledaags niveau hebben we dat besef wel. We gaan met een gerust hart op een stoel zitten en maken ons niet druk over de materiele draagkracht van atomen.

In het geval Zijlstra werkt de omschrijving van ‘waar’ in termen van overeenstemming: hij zei dat hij bij Poetin aan tafel zat. Hij zat er niet, het was geen feit. Zijn uitspraak was onwaar, in die zin een leugen.

Had hij gezegd: “Me voorstellend dat ik bij Poetin aan tafel zou zitten …dan moeten we rekening houden met hoe we hem kennen…..enzovoort” dan was hij er mee weggekomen. Het gaat vaker over taal dan over de werkelijkheid.

Waar is de bewering die overeenstemt met de coherentie van andere beweringen.
Deze visie van ‘waar’ is losgezongen van de concrete feitelijke werkelijkheid. Je komt ermee terecht in de wereld van theorieën, modellen en (mogelijke) voorspellingen. Dat lijkt abstract, maar ligt vaak dichterbij dan je denkt: ga maar na hoeveel theorieën er zijn over gezondheid, gezond eten, of over psychologie of economie. Theorieën daarin spreken elkaar soms onderling tegen, welke theorie moet je geloven? Er zijn filosofen die zeggen dat theorieën géén ware uitspraken doen over de werkelijkheid, anders gezegd: theorieën hebben alleen betekenis in zoverre ze verwijzen naar betekenissen (aannames) in die theorie zelf. Een voorbeeld daarvan is de werking van modellen op de beurs of de werking van economische waarden. Die verwijzen niet naar individuen van vlees en bloed met wensen en verlangens die buiten de economische wetten vallen.

Had Zijlstra gezegd: “Ik heb een theorie over Poetin op basis van wat ik over hem hoor en dat maakt dat ik denk dat….” dan was er niets aan de hand geweest.
Dan hadden we hoogstens de theorie bestreden.

In deel 2 volgende week
Waar is wat werkt, waar is relatief, of waar is de conventie van een paradigma.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Hella van den Elshout
Functie: Adviseur/Trainer

 

Laat een reactie achter