Wat als het vertrouwen weg is…?

Onlangs in de auto luisterde ik naar een uitzending op NPO Radio 1. In het politieke item werd negentien keer het gebrek aan vertrouwen in de samenleving genoemd. Vertrouwen is inmiddels een alom aanwezig begrip, maar wordt vooral benoemd in die gevallen waarin het ontbreekt… Vertrouwen kan dus ook opraken.

Voortdurend word je gevraagd – of gedwongen – om vertrouwen te hebben: in de overheid, in systemen, in de rechtstaat, de media, in management en collega’s enzovoort. Maar wat wordt er bedoeld met vertrouwen? Wat wordt er eigenlijk gevraagd? Als je de term vertrouwen intikt bij Google krijg je binnen een seconde meer dan 25 miljoen resultaten voor het Nederlands taalgebied. Je kunt zeggen dat het daarmee ‘echt wel een dingetje’ is, maar tot een eenduidige definitie kom je niet met al deze hits.

Ruilmiddel
Volgens Van Dale is vertrouwen ‘met zekerheid hopen’ en ‘geloof in iemands goede trouw en eerlijkheid’. Een andere poging om het begrip te omschrijven is in termen als ‘de bereidheid om afhankelijk te zijn van de daden van een ander’. Niet onbelangrijk hierbij is de verwachting dat er dan wel wordt gehandeld op een manier die niet nadelig is voor degene die het vertrouwen schenkt. Je vertrouwt bijvoorbeeld de anesthesist die je onder narcose brengt: dat je geen pijn zult voelen en dat je weer wakker wordt. Daar zit iets van voorspelbaarheid in. Maar ook wederkerigheid speelt een rol. De anesthesist heeft het vertrouwen nodig van zijn patiënten, omdat hij anders zijn werk niet kan uitvoeren. Vertrouwen is dus een ruilmiddel. En omdat het blijkbaar niet onbeperkt voorhanden is, een schaars middel.

Controle
Zowel in mijn vorige als huidige werk gaat het eigenlijk voortdurend over vertrouwenskwesties. In de bancaire sector is vertrouwen een van de belangrijkste elementen van het verdienmodel. Klanten moeten vertrouwen dat de bank hun geld goed beheert en banken moeten erop vertrouwen dat uitgeleend geld wordt terugbetaald. In mijn tijd als manager in de bancaire wereld hoorde ik (te) vaak het adagium ‘Vertrouwen is goed, controleren is beter’. Een bijzondere paradox. Alsof je vertrouwen kunt vervangen door controle. Alsof controle meer waard zou zijn dan vertrouwen. En is het niet zo dat uiteindelijk controlesystemen ook moeten worden vertrouwd? We hebben met de toeslagenaffaire recent nog ervaren dat je hier niet zomaar vanuit kunt gaan.
Maar de opvatting dat controle beter is dan vertrouwen wordt inmiddels wel breed gedragen in onze samenleving. René van der Rijst formuleert in zijn zeer lezenswaardige boek ‘Het geschenk van vertrouwen’ dan ook de cruciale vraag: ‘Willen we leven in een land en in een wereld waarin we uitgaan van vertrouwen of richten we ons veeleer op controle en beheersing?’ Niet alles is te vangen in controlesystemen. Naast aandacht voor (integriteits-)beheersingsmaatregelen in de structuur, verdient het aanbeveling om evenzeer aandacht te houden voor de cultuur binnen organisaties. Leidinggevenden hebben daarin een voorbeeldfunctie. Van hen vraagt het niet alleen controleren en handhaven, maar vooral en in de eerste plaats om stimuleren en vertrouwen schenken.

Planeet Paranoia
Ik moest denken aan Abigail Disney, puissant rijke erfgename en filantroop, toen haar werd gevraagd of ze niet te goed was van vertrouwen. Ze antwoordde: ‘Misschien is dat zo, maar dat is dan maar de prijs die ik betaal om niet op planeet Paranoia te leven’. Daar zit iets in vind ik, want op die planeet is het vertrouwen volledig afwezig en heerst alleen nog de controle en macht…

Meer weten? Neem gerust contact op:

Esther Goethart is onderzoeker en adviseur bij BING

Peter Schokker

 

Laat een reactie achter