Het verhalen van onderzoekskosten

Bij de afdeling Burgerzaken van een gemeente wordt de laatste tijd met regelmaat geld uit de kluis vermist. De gemeente ziet zich geconfronteerd met een probleem: de schade loopt inmiddels al in de duizenden euro’s, terwijl de dader vermoedelijk werkzaam is in de eigen organisatie. Slechts een beperkt aantal medewerkers heeft immers toegang tot de kluis. Vooralsnog lijkt er echter geen patroon te zitten in de verdwijningen. De dief op heterdaad betrappen, lijkt daarmee de enige optie.

De gemeente schakelt een onderzoeksbureau in. In samenspraak met het bureau, wordt besloten dat het ophangen van een camera een geëigend middel is dat het meest recht doet aan de aard en omvang van het vergrijp. Al snel blijkt wie verantwoordelijk is voor de diefstal. De betreffende ambtenaar wordt ernstig plichtsverzuim verweten en er volgt ontslag.

Meestal stopt het verhaal hier. De rotte appel is verdwenen; probleem opgelost, toch? Niet helemaal. Want wie draait er op voor de kosten van het onderzoek?

Kosten van het onderzoek
Niet alleen de directe schade (de verdwenen geldsom), maar ook de kosten die de werkgever heeft moeten maken om vast te stellen wie verantwoordelijk is voor de diefstal, kunnen bij de boosdoener in rekening worden gebracht. Om deze onderzoekskosten te kunnen verhalen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan.

Vaststellen van de aansprakelijkheid
In de eerste plaats moet er sprake zijn van een onrechtmatige daad. Als onrechtmatige daad wordt onder meer aangemerkt wanneer de medewerker iets doet of nalaat in strijd met een wettelijke plicht. Ernstig plichtsverzuim is strijdig met de voor ambtenaren geldende norm van goed ambtenaarschap en zal dus in beginsel een onrechtmatige daad opleveren jegens het bevoegd gezag. In de tweede plaats moet de onrechtmatige daad aan de medewerker kunnen worden toegerekend. Dat is, kort gezegd, het geval wanneer er sprake is van schuld. Omdat de medewerker in onze casus opzettelijk geld heeft weggenomen uit de kluis, kan het onrechtmatig handelen hem worden toegerekend. Ten slotte is van belang is dat de schade een direct gevolg is van de onrechtmatige daad; er moet een causaal verband bestaan.

Vermogensschade
Voor vergoeding van onderzoekskosten, moet voorts worden voldaan aan een dubbele redelijkheidstoets: de kosten moeten in redelijkheid zijn gemaakt (beginsel van subsidiariteit) ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid en er moet sprake zijn van redelijke kosten in omvang (beginsel van proportionaliteit).

In voorgaande casus heeft dit tot gevolg dat de gemeente aannemelijk moet maken dat er voor het cameratoezicht – de statische observatie – geen passende alternatieven waren en dat de observatie niet langer heeft geduurd dan noodzakelijk. In het geval waarin een werknemer arbeidsongeschiktheid voorwendde, oordeelde de Rechtbank ‘s-Gravenhage dat observaties door een extern bureau een doelmatig middel waren, nu de werknemer in kwestie er immers al eerder in was geslaagd om artsen op het verkeerde been te zetten. De kosten voor deze observaties kwamen voor rekening van de werknemer.

Juridische procedure
Verhaal van onderzoekskosten kan zowel via de civiele als de strafrechtelijke weg.

Een vordering in een civiele procedure op grond van onrechtmatige daad geldt als uitgangspunt. In een concrete zaak besliste de Rechtbank Breda dat een werknemer die enkele honderden euro’s uit de fooienpot had gestolen, de kosten van het onderzoek – € 7.500 – door een bedrijfsrecherchebureau moest vergoeden. Ook in een ander geval oordeelde de Rechtbank Arnhem dat het enkele feit dat de onderzoekskosten hoger uitvallen dan de schade zelf, nog niet zonder meer maakt dat de omvang van de gemaakte kosten niet redelijk is.

Naast een civiele vordering, kan ook het straf(proces)recht uitkomst bieden wanneer de vordering – naar maatstaven van civiel recht – eenvoudig van aard is. Het moet dan gaan om rechtstreekse schade die het gevolg is van het bewezen verklaarde delict. Rechtstreekse schade omvat volgens de Hoge Raad ook de kosten die een bedrijf als benadeelde partij heeft moeten maken om het gepleegde strafbare feit aan het licht te brengen.

Ten slotte
Misdaad mag niet lonen. BING Bedrijfsrecherche adviseert zijn opdrachtgevers met regelmaat om de mogelijkheden voor het verhalen van de onderzoekskosten na te gaan. Naast het feitelijk herstellen van de schade, geeft de organisatie daarmee ook het signaal af dat bedrijfscriminaliteit niet wordt getolereerd.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Christiaan Kooman
Functie: Manager BING Bedrijfsrecherche
Christiaan Kooman

Naam: Peter Schokker
Functie: Adviseur/Onderzoeker/Trainer
Peter Schokker

1 Reactie

  • Helemaal mee eens dat misdaad niet mag lonen. Daarom zou het ook zo moeten zijn dat een ambtenaar die onrechtmatig wordt ontslagen de kosten van zijn advocaat volledig vergoed krijgt en niet wordt afgescheept met een veel te laag vast bedrag.

Laat een reactie achter