Bang voor een angstcultuur?

Het valt mij op dat de term angstcultuur af en toe in de media verschijnt. De term komt ook weleens in de onderzoeken van BING ter sprake, bijvoorbeeld wanneer medewerkers het gevoel hebben dat ‘hun kop eraf’ gaat als zij tegenspraak zouden leveren. Maar wat houdt ‘angstcultuur’ nu precies in en kunnen wij daar lering uit trekken voor onze onderzoeken? Na wat zoeken op internet kwam ik erachter dat het een term is die op veel plaatsen opduikt, zonder een duidelijke definitie of uitleg. Ik stuitte tijdens mijn zoektocht op het boek ‘Angstcultuur’ van Peter Fijbes. Het lezen van dit boek leek mij perfect om meer te weten te komen over angstcultuur.

Zo gezegd, zo gedaan. De auteur zelf benadrukt dat hij de eerste is die (in 2017) een boek wijdt aan de term. Ook hem is het opgevallen dat ‘angstcultuur’ opduikt in de media, maar dat er nergens een goede definitie wordt gegeven. Hij probeert dit wel te doen. Zijn definitie van angstcultuur is als volgt: ‘Een angstcultuur is een organisatiedisfunctie waarbij collectieve, belemmerende angst prominent aanwezig is en stelselmatig wordt ingezet om loyaliteit, gehoorzaamheid en inzet bij medewerkers af te dwingen.’

Naast deze korte definitie legt de auteur in zijn boek uitgebreid uit wat er voor nodig is alvorens van een echte angstcultuur kan worden gesproken. Allereerst is het belangrijk te weten dat angst er altijd is, in elke organisatie. Het is normaal en gezond. Er is immers altijd een spanning tussen een werknemer en een werkgever. Deze twee hebben elkaar simpelweg nodig, alleen staat er, volgens de auteur, voor de werknemer net wat meer op het spel, zoals het verliezen van de baan.

Om te spreken van een angstcultuur zijn er enkele kenmerken of condities nodig:

1) De angst moet prominent aanwezig zijn en niet slechts een secundaire drijfveer zijn.
2) De angst moet alomtegenwoordig zijn. Wanneer de angst zich beperkt tot enkele onderdelen van het werk, kan er niet worden gesproken van een angstcultuur. Als de momenten waarin de angst afwezig is beginnen op te vallen kan er wellicht worden gesteld dat er een angstcultuur heerst.
3) De angst moet ook structureel aanwezig zijn; een incidentele angst is niet genoeg om van een angstcultuur te spreken.
4) Er is pas sprake van een angstcultuur wanneer angst belemmerend werkt. Angst kan ook juist in het voordeel werken; men doet extra zijn of haar best om doelen te halen. In dat geval werkt de angst niet belemmerend en zal niet kunnen worden gesproken van een angstcultuur.
5) Wanneer de angst collectief is kan er sprake zijn van een angstcultuur. Wanneer de angst niet collectief is, maar wel aanwezig is, kan dit duiden op bijvoorbeeld pestgedrag. Angstcultuur en pestgedrag sluiten elkaar niet uit, maar zijn niet hetzelfde. Het is belangrijk om dit onderscheid in ogenschouw te nemen bij een eventueel onderzoek naar angstcultuur en pestgedrag.
6) Wanneer angst als normaal wordt gepresenteerd, en niemand meer opkijkt van intimidatie en vaak onvoldoende middelen heeft om bijvoorbeeld krappe deadlines te halen, kan worden gezegd  dat de angst is genormaliseerd.
7) Culturen zijn erop gericht om bepaalde waarden, normen en gebruiken te behouden. Dit wordt een progressieve cultuur genoemd, wat wil zeggen dat de cultuur voortschrijdend is en zichzelf in stand houdt. Voor een angstcultuur is het dus noodzakelijk dat dit kan blijven voortbestaan omdat er bijvoorbeeld geen opstand tegen komt.
8) Wanneer mensen zich niet kunnen verweren tegen de angst en de angst derhalve onbetwistbaar is, kan worden gesproken van een angstcultuur. Hoe groter het verweer, hoe groter de beheersbaarheid die de angst milder zal maken, en het minder ingebakken zit in de cultuur van de organisatie.

Er zijn al met al redelijk wat kenmerken en condities nodig alvorens men kan spreken van een angstcultuur. Bij de keren dat ik de term ben tegengekomen in de media is mij onduidelijk of er aan (al) deze kenmerken is voldaan. Steeds moeten we zorgvuldig ontleden wat er aan de hand is. Sluimert er soms een conflict, zijn in het verleden zaken voorgevallen waardoor wellicht nog een rekening openstaat? Is er sprake van een incident of een patroon? Is de angst om een ander aan te spreken reëel en gebaseerd op eerdere ervaringen of is er sprake van irreële angst, gevoed door een gemeenschappelijk beeld dat door de jaren heen is gegroeid?

Angstcultuur lijkt een populaire term te zijn geworden. Getuige de uiteenzetting hiervoor, vergt het echter serieuze studie om te komen tot een dergelijk oordeel. Voor het al te gemakkelijk hanteren van de term moeten we naar mijn mening echter oppassen.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Berber Cordes
Functie: Adviseur/Onderzoeker

Peter Schokker

Laat een reactie achter