Over onkunde, onwetendheid en ‘ontegriteit’

Het is nu pakweg drie jaar geleden. Samen met een collega ging ik op pad voor een onderzoek, ergens in het noorden van Nederland. Had de betrokken ambtenaar zijn positie aangewend om er zelf beter van te worden? – zo luidde onze vraagstelling. Ik herinner me nog dat wij – allebei jonge onderzoekers – de kamer binnenstapten en de betrokken ambtenaar ons tegemoetkwam. Het was een potige kerel, met de typische nuchterheid die je van noorderlingen mag verwachten. Hij zal halverwege de vijftig zijn geweest en had dus met gemak mijn vader kunnen zijn.

Het interview moest nog beginnen
Hij schudde mij de hand – zijn hand was klam. Aan het weer die dag kon het niet liggen. Gedurende het interview, kwam hij nog maar nauwelijks uit zijn woorden, ondanks onze verwoede pogingen om hem gerust te stellen. Dat nervositeit noemen, zou een eufemisme zijn; de man was compleet de kluts kwijt en op zoek naar een beetje houvast. De opstelling van zijn directe collega’s die wij later die dag zouden spreken, was totaal anders: een opstelling van onverschilligheid.

Korte tijd later konden wij ons onderzoek afronden. Er bleek niet veel aan de hand te zijn. De beste man had geen belangen verstrengeld en er was geenszins sprake van zelfverrijking of bevoordeling. Dat er dan toch vraagtekens rondom zijn persoon waren gerezen, moet vooral worden gezocht in zijn functioneren: hij was simpelweg niet de juiste persoon op de juiste plaats. Maar onkunde en onwetendheid zijn iets anders dan ‘ontegriteit’ – niet-integer handelen.

Impact
Fouten maken is menselijk. Maar niet elke fout kwalificeert als niet-integer. Bij integriteit gaat het om normen en waarden, die ertoe doen. Ze zijn belangwekkend of zelfs wezenlijk voor de persoon of organisatie. Terecht vraagt Huberts aandacht voor het fenomeen ‘integritisme’. Integritisme houdt in dat integriteitsoordelen worden geveld, terwijl daar geen grond voor is.

De betrokken ambtenaar voelde zich echter bij voorbaat al in de hoek geplaatst. Het enkele feit dat de werkgever in deze casus twijfels had aan de oprechtheid en dus de integriteit van zijn medewerker, had een enorme weerslag op de betrokken persoon. Ik citeer Hoetjes, die de impact van een dergelijke aantijging naar mijn smaak helder verwoordt:

“Integriteit heeft direct betrekking op iemands eer en goede naam, op zelfrespect, eigenwaarde, waardigheid en geloofwaardigheid, op zijn morele kaliber. Wie zijn integriteit aangevallen ziet, ervaart dat als een aantasting van zijn gaafheid, als een schending van eer en zelfrespect. Het gaat dan niet meer om kleine fouten, die vergeven en vergeten kunnen worden, maar om een fundamentele aanval, die grote emoties oproept en agressie tegenover de aanvaller. Wie in zijn integriteit wordt aangevallen, likt niet eerst zijn eigen wonden, maar zoekt onmiddellijk en zo fel mogelijk de tegenaanval. Hij voelt zich diep in zijn waarde geraakt en in een ‘alles of niets’-situatie gebracht.”
(B.J.S. Hoetjes, 2000; De kreukbare overheid. Essays over integriteit in Nederland.)

Ik zou hier nog iets aan toe willen voegen: in een bestuurlijk-politieke situatie ervaren wij vaak dat er escalatie optreedt op het moment dat het woord integriteit in het openbaar wordt gebezigd. Ongeacht de intenties van de afzender, kan het ‘i-woord’ in een dergelijke context de onderlinge verhoudingen al ernstig verruwen. In een werkgever-werknemerrelatie zien wij daarnaast vaak dat twijfels aan de integriteit bovendien kunnen resulteren in verkramping van de werknemer, zoals in de casus hiervoor het geval was.

Aangetast worden in jouw waardigheid door jouw eigen werkgever, in de steek worden gelaten door jouw collega’s. Thuis moeten uitleggen dat andere mensen twijfelen aan jouw integriteit. En naar later blijkt onterecht. Geen wonder dat je dan emotioneel aan de grond zit.

Het maakt wat mij betreft duidelijk dat op de werkgever een grote verantwoordelijkheid rust om zeer zorgvuldig om te gaan met de rechten en plichten van zijn werknemers en het i-woord pas in de mond te nemen als er gerede twijfel bestaat over iemands handelwijze. Dit is geen pleidooi om signalen van misstanden te negeren. Integendeel, als er twijfels of geruchten zijn, kan een onderzoek noodzakelijk zijn. Juist ook in het belang van de werknemer. En mocht het tot een onderzoek komen, dan is het uiteraard aan het onderzoeksbureau om zich zorgvuldig en nauwgezet van zijn taak te kwijten, rekening houdend met de belangen van alle betrokkenen.

Tot slot
Integriteit in en van het openbaar bestuur is een belangrijk thema. Dat belang moeten we dus zeker niet relativeren. Maar beeldvorming komt voor oordeelsvorming en besluitvorming. Helaas zien wij in onze onderzoekspraktijk soms dat mensen er belang bij denken te hebben om de feiten en omstandigheden niet af te wachten en het oordeel maar vast uit te spreken. Over ‘ontegriteit’ gesproken.

Meer weten? Neem gerust contact op:

Naam: Peter Schokker
Functie: Adviseur/Onderzoeker/Trainer
Peter Schokker

2 reacties

  • Dat zorgvuldigheid aan de ene zijde en grote emoties aan andere zijde een grote rol spelen in integriteitskwesties is welhaast vanzelfsprekend. Maar de wijze waarmee door beide kanten bij twijfel aan integriteit wordt omgesprongen, is nogthans zeer onvolwassen. Een onderzoeksteam? Extern onderzoek? Kom nou. Een interne commissie van 3 personen is genoeg om een vinger achter integriteit te krijgen. Integriteit hoort bij werkgever-werknemerschap. En verder? Niet zeuren. In het dagelijks leven wordt soms harder omgegaan met integriteit. Het wordt een begrip dat helemaal ontspoort (zelfmoord o.a.), en voorlopig door adviseurs niet leeggemolken is.

Trackbacks for this post

Laat een reactie achter